Congolezen houden met moeite hoofd boven water

We zijn meer dan 50 jaar weg uit Congo. Sinds de onafhankelijkheid van Congo op 30 juni 1960 gaat het helaas bergaf met de economie en de sociale situatie in het land. Geruchten doen de ronde dat de Congolezen terugwillen naar het koloniale systeem. Maar klopt dat verhaal wel?

ACHTERBLIJVEN IN CONGO
Peter Verlinden is VRT-journalist en bovenal Afrikakenner. Hij is vooral geïnteresseerd in Congo en in de zomer gaat het 25ste jaar in dat hij minstens 4 keer per jaar in Congo komt. Verlinden schreef in het verleden ook enkele boeken over de problematieken die er in Congo heersen. Zo kwam in 2002 het boek Weg uit Congo uit, dat vertelt over de blanken die wegtrekken uit Congo en hoe zij dat ervaren hebben. Daar kwam nogal wat kritiek op uit allerlei hoeken omdat Verlinden maar één kant van het verhaal belichtte, namelijk dat van de kolonialen. De commentaar bleef nazinderen en in 2008 kwam het boek Achterblijven in Congo uit, waarin de Congolezen zelf aan het woord komen.

‘Aan de ene kant ging ik op zoek naar Congolezen van 60, 70, 80 jaar die de koloniale periode zelf nog hadden meegemaakt, maar langs de andere kant wilde ik ook jonge mensen hun verhaal vertelllen. Jongeren die de erfenis van de kolonisering nog meedragen en via hun ouders hebben ondervonden. Je zou kunnen zeggen dat het een interviewboek is, maar eigenlijk was het voor mij vooral een zoeken en tasten naar wat het koloniale Congo betekent voor de gewone Congolese burgers.’

TERUG NAAR HET KOLONIALISME
‘Als je in Congo met de gewone mensen praat, en niet naar het selecte clubje machthebbers luistert, dan hoor je ze bijna altijd zeggen dat ‘wij’ moeten terugkomen. De eerste keer dat ik die uitspraak registreerde, wimpelde ik hem af. Ach, dacht ik, dat zeggen ze gewoon om sympathiek over te komen. Maar elke keer opnieuw kwam diezelfde uitspraak boven. Dat is het beeld dat de Congolezen van het kolonialisme hebben. Waarmee ik absoluut niet wil zeggen dat dat het juiste beeld is.’

In Congo hoor je vaak de uitdrukking: ‘Dans le temps colonial, on mangeait trois fois par jour, maintenant on ne mange qu’une fois les trois jours’. Dat kan wel kloppen, maar het is toch een fout beeld. Het is net zoals ouderen bij ons praten over ‘de goede oude tijd’. De mensen schijnen te vergeten dat we toen veel minder lang leefden, veel ongezonder aten en er veel luchtvervuiling was.Men schijnt de slechte dingen uit het verleden te vergeten en enkel de goede dingen te onthouden. ‘Het slechte van het koloniaal systeem was natuurlijk dat de Congolezen geen baas in huis waren. De Congolezen werden op een paternalistische manier bemoederd, maar diegenen die werkten voor de blanken hadden het wel relatief goed. Dat geeft dat verwrongen beeld over het koloniale systeem. Het koloniaal systeem is voor mij in se een vorm van bezetting, waarbij anderen het voor het zeggen is. Waarmee niet gezegd is dat alles van het koloniaal systeem slecht is, want op gebied van gezondheid en onderwijs waren Congolezen er beter aan toe dan nu. Wat het niet doet is een toekomst bieden. Want een land dat beheerd wordt door anderen heeft geen enkele zin. Wat mij stoort aan het koloniaal systeem, is dat de Congolezen de kans niet gekregen hebben om hun eigen land op te bouwen. Daar dragen ze nu nog altijd de gevolgen van.’

CORRUPTE LEIDERS
‘Congo wordt nog steeds slecht beheerd. Na de vele corruptieschandalen en het slechte landbeheer van Mobutu, president van Congo van 1965 tot 1997, was er hoop dat er door de familie Kabila beterschap zou komen. Vader en zoon doen het helaas niet veel beter. Al snel blijkt dat het ook die elite enkel en allleen te doen is om macht te vergaren en zichzelf te verrijken.’

Voor de gewone burgers is er de laatste twintig jaar weinig veranderd. Ja, er zijn betere wegen aangelegd in Kinshasa. Ja, er is enige heropbouw geweest van de gezondheidszorg. Maar meer dan dat? Nee. De situatie van de Congolezen nu kan je best vergelijken met de situatie in de jaren 80: lamentabel. Congo heeft nog een lange weg te gaan.

DE BLANKE ALS CURIOSUM
Hoewel de problematiek in Congo aan blijft houden, zijn er ook mooie verhalen te vertellen. De ontmoetingen met gewone Congolezen, wanneer Verlinden niet als journalist in Afrika is, maar als reisgids of op vakantie, zijn voor hem het mooist.

‘Ik heb ooit een reis gemaakt door het evenaarsgebied. Daar heb je een dag nodig om 200 kilometer te overbruggen, door de slecht aangelegde wegen. Je rijdt er dan langs dorpen waar ze in veel gevallen al tientallen jaren geen blanken meer gezien hebben.
Je wordt er verwelkomd als curiosum. En ook al hebben de mensen er niks, toch zijn ze zo gastvrij en open. Ze bieden je iets aan om te drinken, meestal heel zwaar gestookte alcohol die niet te drinken is, maar waar je uit beleefdheid toch enkele slokken van moet nemen.’

Soms maakt Verlinden ook verrassende dingen mee. Hij reisde met oud-kolonialen naar Kangu, een van de oudste missieposten in heel Congo. De gebouwen dateren er uit de 19e eeuw en zijn in penibele staat. De groep kwam er langs een groot administratief gebouw, waar al jarenlang alle ramen van stuk zijn geslagen. En daar, aan een houten tafel, zit een oude man. Er staat een oude typemachine uit de jaren 50 voor hem en hij tikt een brief. ‘Je moet je voorstellen, we zitten daar midden in de brousse. Het is er muisstil, het enige dat je hoort zijn de vogels die fluiten. Auto’s kunnen er niet komen. Die man zat daar waarschijnlijk al jaren dag in dag uit brieven te typen op zijn oude typemachine. Een hallucinante verschijning, vond ik het. Congo weet me nog steeds te verrassen.’

HART OP DE TONG
Verslag geven over een getroebleerd land als Congo blijft een moeilijke zaak. Gelukkig is het als journalist wel gemakkelijk om het land binnen te geraken. Maar er goed werk kunnen leveren is een andere zaak. Congolezen hebben de reputatie hun hart op de tong te dragen en ze praten graag. Maar ze hebben de neiging om je naar de mond te praten. Omdat ze leven in zulke moeilijke omstandigheden en moeten rondkomen met bijna niets, betekent de komst van anderen voor hen meestal ‘dat het dan wel beter zal gaan’. Ze beginnen dingen te vertellen in de hoop dat het hen iets oplevert. Het is dus moeilijk om echt naar de ziel van de Congolezen te peilen. Ook Verlinden kan hierover meepraten. ‘Het heeft me jaren gekost voordat ik een band had met de Congolezen. Net zoals elke journalist in elk land moet je eerst waarnemen, relaties aanleggen en bij de mensen zelf gaan luisteren wat er gaande is. Het belangrijkste is dat de mensen die je interviewt vertrouwen in je krijgen. Ik heb de luxe gehad om voordat ik als journalist aan de slag ging, al een aantal keer als persattaché voor ontwikkelingssamenwerking in het land was geweest. Dat heeft me een zekere voorsprong gegeven.’

Bekijk het gelayoute artikel hier.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s